M E M O

Aan : Emster Belang, mevrouw Lammers en mevrouw Van den Ende
Van : Jan Berkhoff, wethouder volksgezondheid
Onderwerp : Stortplaats Pollenseveenweg
Kopie gezonden aan : Hedwig Bisseling
Datum : 15-01-2008

Wij hebben 17 september 2007 een bespreking gehad over de voormalige stortplaats aan de Pollenseveenweg in Emst. Van dit overleg is een verslag gemaakt dat ook aan u is toegezonden.

Tijdens dit overleg heeft u uw bezorgdheid geuit over het procentueel hoge aantal gevallen van slokdarmkanker in de omgeving van de voormalige stortplaats. Er is afgesproken dat ik hierover contact zou opnemen met de GGD. Recent heeft de GGD geantwoord op de gestelde vraag.

Het antwoord luidt als volgt: “Bij een zeldzaam voorkomende kankervorm heeft het nut een kankerkluster onderzoek te doen. Bij een veelvoorkomende kankersoort zie je verschillende redenen waarom de kanker bestaat. Ook wanneer het aantal meer voorkomt dan in het landelijk gemiddelde kun je hier geen conclusies aan verbinden. Onderzoek naar de oorzaken heeft dan geen zin. SlokdarmCA komt veel voor. Het is anders als het zou gaan om een vrij zeldzame soort kanker, b.v. leukemie bij kinderen. Ook wanneer het gaat om mesotelioom, dat maar door 1 oorzaak ontstaat, kan een vergelijkend onderzoek zin hebben.”

Uit de reactie van de GGD blijkt dus dat het verband tussen de rond de voormalige stortplaats in Emst voorgekomen gevallen van slokdarmkanker en de aanwezigheid van de voormalige stortplaats niet is aan te tonen. Het uitvoeren van een kankerkluster onderzoek heeft dus geen nut.

Tijdens het overleg van 17 september 2007 is ook gesproken over de bodemverontreiniging in de omgeving van de voormalige stortplaats. In het verslag van dit overleg staat vermeld dat er in het diepe grondwater stroomafwaarts van de stortplaats naast een aantal lichte verontreinigingen sterk verhoogde gehalten aan arseen aanwezig zijn. De provincie, bevoegd gezag voor deze verontreiniging, heeft aangegeven dat het wel een ernstig geval van bodemverontreiniging betreft
maar er niet gesaneerd hoeft te worden. Deze beslissing van de provincie is gebaseerd op de te verwachten risico’s van de aanwezige verontreiniging.

In het gesprek van 17 september 2007 is aangegeven dat er momenteel geen plannen bekend zijn voor de voormalige stortplaats. Uit interne navraag blijkt inderdaad dat hier momenteel geen plannen voor zijn.

PDF Printversie    Home